About the Breed

De herkomst van de Maine Coon

De naam Maine Coon is afgeleid van de staat Maine in de Verenigde staten, waar de kat oorspronkelijk werd aangetroffen. ‘Coon’ staat voor ‘Raccoon’, dat wasbeer betekent en verwijst naar de sterke gelijkenis tussen de geringde lange staarten van deze katten en van wasberen. Het verhaal gaat dat de inwoners van Maine dachten dat de Maine Coon een kruising was tussen de gewone kat en een wasbeer, maar wij weten nu dat dit soort kruisingen genetisch niet mogelijk zijn. Meer voor de hand liggend is de veronderstelling dat de voorvaderen van de Maine Coon vanuit Europa door zeelieden ingevoerd zijn. Het was (en is nog steeds) de gewoonte om op lange zeereizen katten mee te nemen die hielpen het ratten- en muizenbestand aan boord binnen perken te houden. Halflangharige katten zouden dan ook via zeevaarders en immigranten uit Engeland(Angorakatten en de voorlopers  van de perzische langhaar) of Scandinavi? (Noorse Boskatten) op deze wijze op het Noord-Amerikaanse continent terecht zijn gekomen, alwaar ze zich hebben vermengd met de reeds aanwezige kortharige katten. 

Uiterlijke kenmerken,  Rasstandaard:

De rasstandaard van de Maine Coon is wereldwijd vrijwel identiek gebleven bij de overkoepelende organisaties. De standaard waarvan de meeste zijn afgeleid, is de Amerikaanse CFA-standaard. Deze volgt hieronder. De rasstandaard van de Maine Coon reflecteert een natuurlijk ras. Dit betekent dat er bij de Maine Coon geen raskruisingen met andere rassen zijn toegestaan. Tevens houdt dit in dat kleuren en/of patronen die niet bij het ras horen (zoals kleuren en patronen van bv Oosterse origine), niet zijn toegestaan.

Algemeen:

De Maine Coon is van origine een boerenkat en daarom stevig gebouwd, stoer en hij kan tegen een ruig klimaat. een apart kenmerk is de gladde ruige vacht. Het dier is goed van verhoudingen en heeft een uitgebalanceerde lichaamsbouw. Geen enkel onderdeel van de kat is overdreven. De Maine Coon bezit een vriendelijk karakter en kan zich makkelijk aanpassen aan veel verschillende omstandigheden en omgevingen.

Kop:

karakteristiek is de middelmatig wijde kop met een middellange wijdte en een vierkante voorsnoet. Oudere katers kunnen katerwangen krijgen, waardoor de kop wat breder lijkt. hoge jukbeenderen, een stevige kin die evenwijdig loopt aan de neus en bovenlip. De neus is gemiddeld van lengte en licht concaaf van vorm wanneer men van voren kijkt. De oren zijn groot , wijd aan de basis met goede binnenbeharing. Ze lopen uit van een vrij puntig aandoende top. De plaatsing is aan de basis ongeveer 1 oorbreedte apart en ze waaieren niet uiteen. De ogen zijn groot en expressief en staan wijd uiteen. Ze zijn licht scheef ingezet met een buitenhoek die in de richting van het oor wijst. De nek is gemiddeld van lengte.

Lichaam:

De Maine Coon heeft een gespierd lichaam met een brede borstkas. Het formaat is gemiddeld tot groot. Poezen zijn over het algemeen kleiner dan katers. Het lichaam is lang met alle onderdelen in harmonieuze verhouding om een goed uitgebalanceerd rechthoekig beeld te geven: geen enkel onderdeel van de anatomie oogt zo overdreven dat het de balans verstoort. De Maine Coons ontwikkelen zich langzaam in de tijd. De poten zijn stevig en staan wijd uiteen, zijn van gemiddelde lengte en passend bij het lichaam. De voorpoten zijn recht wanneer men van achteren kijkt. De voeten zijn groot, rond en voorzien van haarpluimpjes. Zij hebben 5 tenen voor en 4 achter. De staart is lang, met een stevige aanzet en geleidelijk dunner uitlopend naar het einde. De staartbeharing is lang en vloeiend.

Vacht:

De vacht is zwaar en ruig van structuur. Hij os korter op de schouderpartij en langer op de buik en achterkant. Een kraag rond de nek is wenselijk. De textuur is zijdeachtig en de vacht valt sluik. Een vacht die te kort is, of overal even lang is fout.

Gronden voor diskwalificatie:

Een delicate bottenstructuur, ondervoorbeet, scheelzien, knikstaart, katten die bewijs van raskruising vertonen resulterend in de kleuren chocolate/lilac, points of ticked tabby.

Bijzonderheden:

De Maine Coon ontwikkelt zich langzaam en is pas op een leeftijd van ongeveer drie jaar of ouder volledig uitgegroeid.